Wat is een gedesorganiseerde hechtingsstijl?
- Marielle Lubbersen

- 27 jun
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 aug
Misschien herken je het wel. Je verlangt ontzettend naar een liefdevolle relatie. Je wilt je veilig voelen bij iemand, samen leuke dingen doen en kunnen delen wat er in je omgaat. Toch merk je dat relaties je vaak veel spanning geven. Het ene moment heb je het gevoel dat je niet zonder de ander kunt. Je verlangt naar bevestiging, wilt weten waar je aan toe bent en bent bang dat de ander afstand neemt. Maar zodra die ander juist heel dichtbij komt, kan er ook iets anders gebeuren. Ineens voel je twijfel. Je wilt ruimte. Je raakt geïrriteerd of trekt je terug. Alsof je tegelijkertijd verlangt naar verbinding én ervoor wilt wegrennen.
Dat kan ontzettend verwarrend zijn. Niet alleen voor je partner, maar vooral voor jezelf. Je begrijpt vaak niet waarom je zo wisselend reageert. Waarom je de ene dag bang bent om verlaten te worden en de volgende dag twijfelt of deze relatie eigenlijk wel goed voelt. Waarom je zo verlangt naar liefde, terwijl liefde tegelijkertijd zoveel onrust in je oproept.
Veel mensen denken daarom dat ze gewoon ingewikkeld zijn. Of dat ze simpelweg bang zijn om zich te binden. Sommigen herkennen zich zowel in een angstige als in een vermijdende hechtingsstijl en weten niet goed waar ze thuishoren. Toch is er nog een vierde hechtingsstijl die precies deze innerlijke strijd beschrijft: de gedesorganiseerde hechtingsstijl.
Net als bij de andere hechtingsstijlen geldt ook hier dat je niet gedesorganiseerd gehecht bént. Je hebt een gedesorganiseerde hechtingsstijl ontwikkeld. Dat is een belangrijk verschil. Een hechtingsstijl zegt niets over wie jij bent als mens. Het zegt iets over hoe jouw zenuwstelsel ooit heeft geleerd om met verbinding, veiligheid en nabijheid om te gaan.
Hoe ontstaat een gedesorganiseerde hechtingsstijl?
Wanneer je als baby wordt geboren, ben je volledig afhankelijk van de mensen die voor je zorgen. Je kunt jezelf nog niet geruststellen wanneer je bang bent of verdriet hebt. Daar heb je een veilige volwassene voor nodig. Door steeds opnieuw te ervaren dat iemand je ziet, troost en helpt, leert je zenuwstelsel langzaam dat de wereld een veilige plek is en dat je op anderen mag vertrouwen.
Bij een gedesorganiseerde hechtingsstijl is die veiligheid vaak niet vanzelfsprekend geweest. Dat betekent niet dat er geen liefde was. Veel ouders hebben ontzettend veel van hun kind gehouden. Maar soms was degene die veiligheid moest bieden tegelijkertijd ook degene die spanning veroorzaakte. Bijvoorbeeld doordat een ouder onvoorspelbaar reageerde, emotioneel afwezig was, snel boos werd of zelf worstelde met onverwerkte pijn. Het kind wist daardoor nooit helemaal waar het aan toe was.
Voor een jong kind is dat een onmogelijke situatie. Je hebt je ouder nodig om je veilig te voelen, maar juist bij diezelfde ouder ervaar je ook spanning of onzekerheid. Je kunt niet weg, want je bent afhankelijk. Dus probeert je zenuwstelsel beide tegelijk te doen: verbinding zoeken én jezelf beschermen.
Dat patroon is ontzettend slim. Het is geen fout van het kind. Het is een overlevingsmechanisme dat ontstaat wanneer veiligheid en onveiligheid steeds door elkaar heen lopen.
Hoe zie je dat terug in je liefdesrelatie?
Wat je als kind hebt geleerd over veiligheid, neem je vaak onbewust mee naar je volwassen relaties. Juist een liefdesrelatie brengt oude patronen gemakkelijk naar boven, omdat een partner de belangrijkste hechtingsfiguur wordt.
Misschien merk je dat je veel behoefte hebt aan bevestiging wanneer je partner afstandelijk doet. Je wilt praten, begrijpen wat er aan de hand is en weer voelen dat het goed zit tussen jullie. Je hoofd maakt overuren en je bent voortdurend bezig met de vraag of de ander nog wel van je houdt.
Maar het kan ook gebeuren dat je partner juist heel liefdevol en dichtbij is, en dat jij ineens begint te twijfelen. Je voelt je benauwd, krijgt de behoefte aan ruimte of vraagt je af of deze relatie eigenlijk wel klopt. Niet omdat je geen liefde voelt, maar omdat echte nabijheid ook spanning oproept.
Daardoor kunnen relaties voelen als een voortdurende achtbaan. Wanneer de ander afstand neemt, wil je dichterbij komen. Wanneer de ander dichtbij komt, wil een deel van jou juist weer weg. Dat is niet omdat je niet weet wat je wilt. Het is omdat verschillende delen in jou allebei proberen om je veilig te houden.
Voor een partner kan dat heel verwarrend zijn. De ene keer zoekt je verbinding en lijkt niets belangrijker dan samen zijn. De volgende keer lijkt het alsof je juist afstand creëert of ineens twijfelt aan de relatie. Van buitenaf lijkt dat misschien tegenstrijdig, maar van binnen voelt het vaak alsof je voortdurend probeert om een gevoel van veiligheid terug te vinden.
Van buiten lijkt het wisselend, van binnen is het één grote zoektocht naar veiligheid
Mensen met een gedesorganiseerde hechtingsstijl krijgen soms te horen dat ze onvoorspelbaar zijn. Dat ze niet weten wat ze willen of dat ze zichzelf steeds tegenspreken. Maar onder die wisselende reacties zit vaak helemaal geen onduidelijkheid. Er zit een zenuwstelsel onder dat ooit heeft geleerd dat verbinding niet vanzelfsprekend veilig is.
Je overlevingssysteem probeert voortdurend in te schatten wat op dat moment de meeste veiligheid geeft. Soms is dat dichtbij de ander blijven. Soms lijkt afstand juist veiliger. Soms ga je pleasen om de verbinding te behouden. Soms word je boos of trek je je terug om jezelf te beschermen. Die reacties kunnen elkaar snel afwisselen, waardoor het ook voor jezelf moeilijk wordt om te begrijpen wat je eigenlijk voelt.
Misschien herken je dat je na een ruzie wanhopig verlangt naar contact, maar wanneer je partner vervolgens een arm om je heen slaat, verstijf je juist. Of dat je ontzettend bang bent om verlaten te worden, maar tegelijkertijd moeite hebt om iemand echt volledig te vertrouwen wanneer diegene dichtbij komt.
Dat betekent niet dat je tegenstrijdig bent. Het betekent vaak dat verschillende delen in jou iets anders proberen te bereiken. Het ene deel verlangt naar liefde en verbinding. Het andere deel probeert je te beschermen tegen de pijn die ooit met diezelfde verbinding verbonden raakte.
Je bent niet je hechtingsstijl
Het mooie van een hechtingsstijl is dat deze niet vastligt. Het is geen etiket dat bepaalt wie je bent of hoe jouw relaties altijd zullen verlopen. Het is een patroon dat ooit is ontstaan omdat het toen de beste manier was om met een moeilijke situatie om te gaan.
Misschien heb je geleerd dat liefde niet altijd voorspelbaar was. Misschien wist je nooit goed wanneer iemand er emotioneel voor je zou zijn. Misschien heb je daardoor geleerd om voortdurend alert te blijven, omdat je zenuwstelsel niet zeker wist of verbinding veilig was.
Als volwassene heb je diezelfde bescherming misschien niet meer op dezelfde manier nodig. Toch reageert je systeem soms nog alsof het oude gevaar er nog steeds is.
Verandering begint daarom meestal niet met jezelf dwingen om minder gevoelig te zijn of anders te reageren. Verandering begint met begrijpen waarom jouw zenuwstelsel ooit precies deze strategie heeft ontwikkeld. Want wanneer je ziet dat jouw reacties ooit bedoeld waren om je veilig te houden, ontstaat er vaak vanzelf meer mildheid.
Misschien hoef je jezelf daarom niet langer te zien als iemand die ingewikkeld is of relaties steeds saboteert.
Misschien ben je iemand die ooit heeft geleerd dat liefde tegelijkertijd veilig én onveilig kon voelen.
En misschien mag de weg terug beginnen met steeds opnieuw ervaren dat je jezelf vandaag wél kunt dragen, ook wanneer oude spanning zich laat zien.




Opmerkingen